In gesprek met gemeenteraad Utrecht over slechte OV
Ondermaats openbaar vervoer
De afgelopen weken kreeg ik veel berichten over problemen in het openbaar vervoer. Reizigers én chauffeurs hebben hier last van. Bussen rijden te laat of vallen uit. Reizen wordt daardoor lastig of soms onmogelijk. Dat zorgt voor frustratie, teleurstelling en boosheid. Dat begrijp ik heel goed.
Het openbaar vervoer is belangrijk voor veel mensen. Voor werk, school en het dagelijks leven. Dan moet je erop kunnen vertrouwen. Dat kan nu helaas te vaak niet. Dat raakt reizigers — en het raakt mij als verantwoordelijk gedeputeerde voor mobiliteit en OV. Daarom dit uitgebreide bericht.
Allereerst doe ik een dringend beroep op reizigers. Richt uw boosheid niet op de chauffeurs. Zij kunnen hier niets aan doen. Sterker nog: zij doen hun uiterste best om iedereen veilig op de plek van bestemming te brengen. Toch worden chauffeurs soms uitgescholden of bespuugd. Dat is onacceptabel. Zij verdienen steun en waardering.
Sinds half december voer ik, samen met onze ambtenaren, intensieve gesprekken met Transdev en Keolis. Ik heb daarin mijn zorgen, boosheid en teleurstelling rechtstreeks uitgesproken aan de CEO’s. Ik heb gevraagd wat er misgaat. En ik heb aangedrongen op snelle verbetering.
De vervoerders noemen meerdere oorzaken. Er zijn te weinig bussen beschikbaar. Een deel van de nieuwe bussen is nog niet geleverd. Andere bussen staan stil door schade. Daarnaast moeten chauffeurs wennen aan het nieuwe elektrische materieel. Ook is er een tekort aan chauffeurs. De dienstregelingen zijn te ingewikkeld. En elektrische bussen moeten vaak tussentijds worden opgeladen. Dat maakt de planning kwetsbaar. Veel reizigers merken dat de reisinformatie niet klopt. Mensen wachten op een bus die niet komt. Dat is extra vervelend en schaadt het vertrouwen in het OV. Dit komt mede door een overbelast intern meldsysteem bij de vervoerders. Ik heb heel duidelijk gezegd: dit moet snel beter.
Transdev en Keolis nemen de komende weken nieuwe maatregelen. Ze maken roosters eenvoudiger. Ze zetten bussen slimmer in. En ze werken hard aan betere reisinformatie bij haltes en in reisplanners. Zo willen zij een betrouwbaardere dienstregeling bereiken. Ik heb de vervoerders laten weten dat de provincie boetes gaat opleggen. De afgesproken dienstregeling is niet nagekomen. Die boetes zijn bedoeld als stevige prikkel om het snel beter te doen. Tegelijk willen we dit geld gebruiken om iets terug te doen voor reizigers.
Ik verwacht de komende weken stap voor stap verbetering. Maar ik wil ook eerlijk zijn: het kost tijd. Het OV-systeem is complex. Niet alles kan morgen opgelost zijn. Er zal verbetering merkbaar zijn in de komende weken. Maar het kan tot de zomer duren voordat alles echt goed loopt. Betrouwbaar openbaar vervoer is belangrijk. Voor reizigers. Voor chauffeurs. En voor onze provincie. Wij werken samen met de vervoerders hard aan herstel van het vertrouwen.
Afspraken Merwedelijn en Rijnenburg
Begin dit jaar hadden we eindelijk het meerjarenoverleg Infrastructuur, Ruimte en Transport met het Rijk. Dat was voor mij een belangrijk moment. Bereikbaarheid raakt alles: wonen, werken en leven in onze provincie. Ik ben blij met de afspraken die we hebben gemaakt. Het hoogtepunt is de rijksbijdrage van 562 miljoen euro voor de Merwedelijn. Daarmee zetten we een grote stap richting Groot Merwede en Rijnenburg. Dat betekent meer woningen, betere verbindingen en nieuwe kansen voor Utrecht.

Gesprek met ROM’s en Ministerie op Paushuize
We hebben ook afgesproken dat Rijk en regio samen werken aan Knooppunt Hoevelaken. Dat is cruciaal voor de bereikbaarheid van Nederland. Ik ben blij met de steun van onze VVD-Kamerfractie en de breed gesteunde moties die de minister hier steeds op aansporen.
Daarnaast gaat er veel extra geld naar woningbouw in onze provincie. En er komt geld voor een extra treinverbinding bij Harderwijk. Dat maakt de regio Amersfoort beter bereikbaar met de trein.
Alles bij elkaar gaat het om meer dan 800 miljoen euro aan investeringen in bereikbaarheid. Dat is een stevige impuls. Voor onze economie. Voor onze groei. En voor onze inwoners.
Wennink is een mooie stap — maar vergeet het MKB niet
Het Rapport Wennink over onze economische weerbaarheid vind ik belangrijk en nodig. Het stelt de juiste vraag: hoe houden we onze economie sterk in een onzekere wereld?
Ik heb hierover uitgebreid gesproken met collega-gedeputeerden, regionale ontwikkelmaatschappijen en hoge ambtenaren van het ministerie. Die gesprekken waren scherp, maar constructief. We willen allemaal een sterke, toekomstbestendige economie. Voor mij is één punt duidelijk: samenwerken is de sleutel. Elke regio heeft eigen sterke sectoren. Utrecht ook. Die moeten we koesteren en versterken — voor Nederland en Europa.
Tegelijk blijf ik hameren op het belang van ons MKB. In het rapport Wennink krijgt het MKB te weinig aandacht. Dat vind ik niet terecht. Het MKB is de ruggengraat van onze economie. Zij zorgen voor banen, innovatie en lokale bedrijvigheid.
Daarom bezoek ik regelmatig MKB-bedrijven in onze provincie. Zo was ik bij het Wennink-sleutelproject voor PFAS-sanering bij High Voltage Energy in Amersfoort. Een prachtig bedrijf dat al decennia deeltjesversnellers bouwt. Zij willen hun kennis inzetten om ons drinkwater schoner en PFAS-vrij te maken. Daarnaast bezoek ik startups, maakbedrijven, familiebedrijven en scale-ups. In de afgelopen 2,5 jaar heb ik meer dan 100 ondernemers bezocht. Tijdens die werkbezoeken hoor ik waar zij tegenaan lopen: personeel vinden, regels, financiering en ruimte om te groeien. Die signalen neem ik mee naar Den Haag.

Werkbezoek High Voltage Energy in Amersfoort
Bij het nieuwe kabinet blijf ik aandringen op een goed investeringsklimaat voor ons innovatieve MKB. Minder regels waar het kan. Meer vertrouwen waar het moet. En gerichte steun waar dat nodig is. En ik blijf in gesprek met MKB-ondernemers. Want als we onze economie weerbaar willen maken, moeten we luisteren naar degenen die haar elke dag laten draaien.
Voor mij past dit precies bij de VVD: investeren in goede infrastructuur, zodat mensen zich vrij kunnen bewegen en bedrijven kunnen groeien.