Geachte VVD’ers uit de provincie Utrecht,
We zijn 2024 weer goed begonnen! De eerste ronde commissie- en Statenvergaderingen zitten er weer op. In deze nieuwsbrief leest u meer over de meest opvallende zaken uit die vergaderingen. We zijn nu bijna een jaar onderweg in deze Statenperiode. Met een fractie die voor de helft bestaat uit leden in hun tweede termijn en voor de helft met leden in de eerste termijn, is het goed om te zien dat alle fractieleden inmiddels goed ingewerkt zijn in de onderwerpen en de werkwijzen van de Provincie Utrecht. We gaan er de komende jaren zeker de vruchten van plukken.
Onze provincie ligt niet op een eiland. We hebben dus veel te maken met collega-bestuurders binnen de provincie, maar ook daar buiten. In het bijzonder hebben we de afgelopen weken de contacten met de fracties van de Waterschappen aangehaald. Doordat de grenzen van provincies en waterschappen niet gelijk lopen, hebben we wel met 4 waterschappen te maken. En die 4 waterschappen hebben grondgebied in 6 provincies (Noord-Holland, Zuid-Holland, Brabant, Gelderland, Overijssel en Utrecht). Om het makkelijk te maken…
Ook met de 11 andere Statenfracties hebben we steeds meer contact. Uiteraard gaat het dan ook over de politieke situatie in Den Haag. Provincies zijn voor uitvoering van hun taken sterk afhankelijk van besluiten die in Den Haag worden genomen. De langdurige formatie mag er wat ons betreft niet toe leiden dat er stilstand komt in de aanleg van wegen, de woningbouw en het stikstofdossier. Wij hebben die urgente boodschap met de 12 Statenfracties duidelijk laten horen bij onze Tweede Kamer fractie. Uiteraard spreken wij ons niet uit voor een voorkeur voor de ene of andere coalitiesamenstelling. Wij zouden het zeker niet waarderen als de Tweede Kamer fractie zich zou bemoeien met provinciale formaties. En wat gij niet wilt dat u geschiedt, ….. Gelukkig kan uit ervaring met meerdere formaties worden vastgesteld dat dit in de VVD ook niet gebeurt.
Een ander onderwerp dat binnenkort in de provincie gaat spelen, is het asieldossier. Met steun van onze Eerste Kamer fractie is de spreidingswet aangenomen. De getallen voor de provincie Utrecht zijn onlangs gepubliceerd. En die liegen er niet om. Eerder hebben we in de Statenvergadering onze zorg uitgesproken over de grote druk die asielopvang en huisvesting van statushouders legt op lokale gemeenschappen en gemeenten. Wij stonden in de Statenzaal helaas alleen in deze zorg. Nu de aantallen in volle omvang duidelijk worden, verwachten we dat meer fracties zich gaan roeren.
Als Statenfractie hebben we, samen met onze collega’s uit andere provincies, begrip voor het feit dat de opvang niet alleen in Groningen kan plaats vinden. We moeten als provincies samen verantwoordelijkheid nemen. Dat kan wat ons betreft alleen als gelijktijdig ook maatregelen worden genomen om instroom te beperken en uitstroom te bevorderen. En we vragen ook aandacht voor de condities waaronder opvang plaatsvindt. De veiligheid in gemeenschappen moet gewaarborgd worden en gemeenten moeten in staat gesteld worden om goede maatschappelijke zorg te bieden. Huisvesting van statushouders mag niet ten koste gaan van huisvesting van andere doelgroepen of mensen die op een wachtlijst staan voor een huurwoning. Daarom is het ook van belang dat mogelijkheden voor woningbouw maximaal benut worden en waar mogelijk knellende regelgeving verdwijnt. Dit is in ieder geval de boodschap waarmee wij de komende weken het debat aangaan.